Het bloed was een tweevoudig teken. Het was een teken van genade voor de Israëlieten Zij
beleden daarmee dat de HERE de enige ware God is. Dat het een teken was van genade,
omdat de verderfengel dan aan hun huis voorbijging. Het was ook een teken voor de
HERE. Als Ik het bloed zie, ga Ik voorbij.
Het Paaslam gaf zijn leven. God gaat ter willen van dat offer in genade hen voorbij. Het is
dus genade door toorn/gericht heen. Alleen dat bloed beschermde. God zelf geeft het
offer
Gevolg was dat alle eerstgeborenen aan de HERE toebehoorde. Dieren werden gedood. De
mensen werden vrijgekocht met een losgeld. Ook voor Jezus werd losgeld betaald
Jezus is ons Paaslam. 2 Kor 5:6-8. Hij wordt door Johannes aangewezen als het lam Gods
dat de zonde der wereld wegdraagt. De Paaslammeren werden op een bepaalde plaats
geslacht Hamaqoom. De berg Moria waar God Zelf voorzag in een Lam ten brandoffer. Bij
Abraham en het offer van zijn zoon Gen 22.
Het houden van het Pascha is dus aan de tempel verbonden. Eerst wordt de tempel
gereinigd en daarna het Pascha gevierd. Eerst wordt het huis van gezuurd brood ontdaan
om daarna het Pascha te eten. Jezus reinigt de tempel alvorens het Pascha te eten en zelf
het Paaslam te zijn.