Verkozen geenszins verstoten Wij lezen: Romeinen 9:1-5 De apostel heeft het moeilijk als hij denkt en spreekt over zijn eigen volk. Hij heeft een voortdurend hartzeer: Zijn liefde voor Israël houdt hem bijna dag en nacht bezig. Dat is geen vleselijke, zelfzuchtige liefde, maar een liefde in Christus, door de Heilige Geest. Hij zegt dat de Geest getuigt met zijn geweten. Het is dus echt waar. Bij hem is het geen opvlieging of eigen verzinsel. Paulus zegt dat hij wel verbannen wil zijn ter wille van zijn broeders naar het vlees. Er staat een woord 'anathema' dat aangeeft dat hij als banoffer (van Christus afgezonderd) zou gedood willen worden oom de schuld van zijn broeders weg te nemen. Daarin gaat hij in het spoor van Mozes, die ook uit het boek van God weggedaan wil worden als het volk er maar in blijft staan. (Zie Ex. 32: 31,32) Zowel Paulus als Mozes spreken over de grote liefde voor de eigen afgedwaalde volksgenoten. Ze zijn zelfs bereid om hun eigen leven op te offeren voor het behoud van anderen. Paulus somt ook alle voordelen van het Jood zijn. (Zie Rom. 3:3). Hij wil duidelijk maken dat Gods trouw aan Israël niet opgehouden heeft, ondanks het vele ongeloof en de ongehoorzaamheid van de Joden, (Zie Jer. 31:9, 20, Ex. 4:22,23, Hand. 3:25) Welke plaats neemt Israël in in onze geloofsbeleving? Zien wij hen ook vanuit Gods trouw en met de liefde en gezindheid van Christus? (Zie Fil. 2:5). Moge iets van die liefde blijken uit ons dagelijks gebed voor het behoud van Israël. KvK nr. 08124725 Van deze tekst is een boekje beschikbaar NAAR STARTPAGINA