Voorts staat deze dag in het teken van Gods herinnering. Bij God is alles bekend. Hij is Alwetend. De mens wordt geroepen tot inkeer en bekering. Zijn zonde belijden en leven uit Gods genade.  Tenslotte roept de Sjofar de mens op om hun leven te zien in het licht van Gods wil en geboden. Het vraagt verootmoediging en gebed, HERE, niet mijn wil maar de uwe geschiedde . Zonde belden en moeten worden nagelaten. Schade moet worden hersteld, indien mogelijk. Roosj Hasjana bepaalt ons allen bij de dag des HEREN, het laatste oordeel. Dat is onherroepelijk. God zal ieder oordelen. Zie Matth. 25:1-13, 31ev, Is het dan ga weg van mij, of komt gezegende des HEREN. De Sjofar die op die dag geblazen wordt herinnert aan de ram die met zijn horens verward was in de struiken, toen Abraham bereid was zijn zoon te offeren. De binding van Izaak ziet op de overgave van Abraham en Izaak aan Gods wil. maar ook op de bevrijding. God voorziet zelf in een lam ten brandoffer. Op de tweede dag gaan gelovigen Joden naar een water om daar hun zakken leeg te maken als symbool van dat God de zonden vergeeft. Hij werpt onze zonden in de diepte van de zee. Micha 7:18-20