Op de 16e Nisan de dag na de Sjabbàt begint men te tellen. 7 x 7 weken. Dus op
de 1e dag van de week, de zondag, de dag van de Opstanding Christus begint
de telling. Zo ook de telling van de 40 dagen tot Christus hemelvaart.
Op die eerste dag van de Omertijd wordt een beweegoffer voor Gods aangezicht
gebracht. De eerstelingen van de gerstenoogst. Een Omer is een maat, 1
tiende deel van een efa, tevens een schoof. Het bewegen geschiedt bij het
altaar, van links naar rechts en van boven naar onder (In de vorm van een
kruis.) De omer wordt ook wel ‘omer hatenufa’ genoemd, omer van het
beweegoffer. Met dit beweegoffer geeft Israël aan dat de gehele oogst van
Hem is. Alles, het begin, de voortgang en het einde staat onder Gods
heerschappij.
Na de Pesachviering, het feest van de bevrijding en het feest der ongezuurde
broden, het feest van de heiliging komt nu het feest, de tijd van Gods zorg.
Op de dag dat de gerstenoogst voor het eerst is binnengehaald en het
beweegoffer is gebracht houdt het wonder van het Manna op. Maar Gods
zorg gaat door. In de woestijn door middel van het Manna, in het beloofde
land door middel van de oogst. Beide geven aan dat God voor het volk zorgt.
Dat mogen ze nooit vergeten. Of denken het is het werk van mijn handen die
mij voldoende heeft gegeven. Of het is mijn kracht. Nee, zowel in de woestijn
als in het beloofde land is alles aan ’s Heren zegen gelegen. Joz. 5:11
Omer