Gaandeweg de Weg (vervolg) 6. Verzoend met God. Elk jaar op grote verzoendag kwam het volk Israël bijeen in de tempel of in een synagoge. Niemand at of dronk iets. Mensen beleden hun zonden aan God. Namens het volk ging de hogepriester met al die beleden zonden tot God om vergeving te vragen en te ontvangen. Maar dat kon niet zomaar! Niet zonder het bloed van een offerdier. Twee geitenbokken werden daartoe geofferd. Eén ervan om verzoening te bewerken door zijn bloed. Want zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. De andere om de vergeven-zonden echt weg te dragen, de woestijn in. Naar de bewerker van de zonden. (Ps 103:12) Door het offeren zeiden de Israëlieten openlijk nee tegen de zonden en de bewerker daarvan, de Satan. En ja tegen God. Hoe werden dan die zonden plaatsvervangend verzoend en weggedragen? De hogepriester legde namens het volk zijn handen op de kop van die geitenbok. Zo legde hij de zonden van allen op dat ene beest, die in hun plaats stierf. Gods gerechtigheid vroeg om een rechtvaardig oordeel over zonden en schuld. Maar Gods barmhartigheid gaf het redmiddel. Het bloed van het offerdier. Jezus is het lam dat de zonden der wereld wegnam. Hij gaf zijn leven in onze plaats. (Jesaja 53:5). Geef daarom je zonden maar aan Hem over. Hij neemt deze voorgoed weg. (Micha 7:19, Psalm 103:10-12) Wat een zegen. Jezus,  jouw leven! 7. Het is volbracht. God heeft het offer van zijn Eniggeboren Zoon aanvaard. Dat bleek wel op die Goede vrijdag, even buiten Jeruzalem, op de schedelplaats, Golgotha. Jezus was gekruisigd en stierf als een vervloekte een vreselijke dood. Maar na voor alle overtredingen te hebben geboet en alle ongerechtigheden te hebben gedragen, stierf Hij met de roep op zijn lippen: Het is volbracht: De prijs is betaald. De schuld is verzoend.                                                                                               Schilderij tekst 6 (Johannes 19:30 ). Het is weer goed tussen God en mens en tussen mensen onderling. Als teken daarvan scheurde God Zelf het voorhangsel dat hing in de tempel van boven naar beneden. Dat vertelt ons dat de weg naar God nu, door Jezus offer, open ligt. Voor die tijd mocht  niemand achter dat voorhangsel komen, op straffe van de dood (God is ook een heilig God die een zondig mens niet zien kan en leven). Alleen de hogepriester mocht éénmaal per jaar met het zoenbloed van het offerdier het heilige der heilige binnengaan (Mattheüs 27:51, Hebreeën 9:11ev, 10:19-22). Wie nu langs de weg die Jezus geopend heeft, een weg van geloof en genade tot God nadert, vindt een liefdevolle Vader. Geen toornende God meer. Het is volbracht. Ook voor jou. 8. Opstanding en leven. Jezus verrees uit de dood op die eerste dag van de week. 1e Paasdag. Hij leeft! Christus, het Licht, ons leven, heeft zonden, duivel en dood overwonnen. Over hen gezegevierd. God Zelf gaf in de Opstanding van Jezus daarvan het bewijs. Daar ga je van zingen: Uit de baaierd                                                                                                                                                   Schilderij tekst 7 van dood en hel ontheven bracht Hij ons zegevierend leven aan het licht. Na een nacht van straf en oordeel heeft Hij zich tot onze eeuwige bestemming opgericht. Geloof ’t maar, laat jij je maar verblijden. Die onverdiende boodschap is er ook voor jou! Naast Jood wil God ja, alle volk’ ren doen belijden: onze Vader is Zijn Woord voor eeuwig trouw!                                                                         Schilderij tekst 8                     9. Nieuw leven. Op Paasmorgen heeft Jezus onvergankelijk leven aan het licht gebracht. Hij is heerlijk opgestaan uit de dood. Voor ons. Als bewijs dat onze zonden vergeven zijn en we het eeuwige leven ontvangen. Door Hem alleen. (Handelingen 2:38) Daarna is Jezus als gezalfde profeet, priester en koning naar de hemel gegaan. Om bij God in de hemel niet werkeloos toe te zien hoe wij het soms zo moeilijk hebben. Nee Hij bidt voor ons. Hij draagt al de zijnen op zijn hart. Als God Hem ziet, Zijn geliefde Zoon, ziet Hij ook allen die bij Hem behoren. Hij heeft hen allen gekocht en betaald met zijn dierbaar bloed. (Romeinen 8:34, 1 Petrus 1:18,19) Daarom kun je als gelovige ook zeggen. Ik ben van Hem. Hij heeft mij van alle zonden bevrijd en uit de macht van de boze verlost. God is nu mijn Vader geworden. Jezus is mijn Heer! (Zondag 1 H.C.) Soms wordt die zekerheid aangevochten. Door dat stemmetje in je dat zegt: Jij, jij          Schilderij tekst 9 bent te geloof in Jezus proberen onderuit te halen. Daarom hebben we Jezus op de weg van het geloof zo hard nodig. Elke dag. Zijn voorbede bij God. Zijn Geest en bewaring. Daar mogen we zeker van zijn. En als je dan nog twijfelt aan Zijn liefde, door eigen schuld verzink je in de nacht. Grijp je dan maar vast aan Christus’ kruisverdienste. Er is verzoening! Zelfs voor een moordenaar,  ongedacht! KvK nr. 08124725 Van deze tekst is een boekje beschikbaar